Armaturen binnen 5 werkdagen, masten 3 tot 5 weken · Gratis verzending vanaf € 200 excl. btwUitsluitend zakelijke verkoop, prijzen excl. btw · CE-gecertificeerd, tot 10 jaar garantie
LICHTPLEIN
Problemen oplossen · 21 september 2026 · 4 min leestijd

Dimmen werkt niet: DALI, 1-10 V en bedrading controleren

Brandt de armatuur wel, maar reageert hij niet op de dimmer? Dan zit de fout bijna altijd in de stuurlijn, de adressering of een dimmer die niet bij de driver past. Met dit stappenplan vindt u de oorzaak zonder armaturen los te halen.

Aan en uit werkt, dimmen niet: wat dat al vertelt

Een LED-armatuur die op vol vermogen brandt maar niet reageert op de dimmer, heeft bijna nooit een kapotte driver. Een 1-10 V driver zonder aangesloten stuurlijn ziet een open circuit en gaat naar 100 procent. Een DALI-driver zonder busspanning valt terug op zijn 'system failure level' en dat staat af fabriek vrijwel altijd op maximaal. De armatuur lijkt dus prima te werken, totdat iemand aan de dimmer draait.

Begin daarom met één vraag: welk dimprincipe gebruikt de driver en welk principe stuurt de dimmer? U komt drie systemen tegen: analoog 1-10 V (of 0-10 V), digitaal DALI of DALI-2 en fase-aansnijding of fase-afsnijding op de 230 V-lijn zelf. Die zijn niet uitwisselbaar. Het datablad geeft de doorslag, want het woord 'dimbaar' alleen zegt nog niets.

1-10 V: polariteit en een open stuurlijn

Bij 1-10 V levert elke driver een kleine stroom op de stuurlijn, meestal minder dan 2 mA en trekt de dimmer de spanning tussen plus en min omlaag naar een waarde tussen 1 en 10 V. De stuurlijn heeft dus een polariteit. Zitten plus en min verwisseld, dan blijft de armatuur op vol vermogen of op het minimum hangen. Controleer dit bij elke armatuur: één verkeerd aangesloten driver trekt de hele lijn mee omlaag.

Meet met een multimeter de gelijkspanning tussen plus en min. In de volle stand hoort u rond de 10 V te meten, in de laagste stand rond de 1 V. Meet u in elke stand 0 V, dan is de lijn kortgesloten of de dimmer defect. Meet u steeds rond de 10 V, dan is de lijn onderbroken: een klem niet gemaakt, een ader afgeknipt of een stuurkabel die nooit is getrokken. Dat laatste komt vaak voor in hallen waar eerst niet-dimbare armaturen hingen.

Let ook op het verschil tussen 1-10 V en 0-10 V. Bij 1-10 V levert de driver de stroom en neemt de dimmer die op (sink); bij 0-10 V levert de stuurunit zelf de spanning (source). Een eenvoudige potentiometerdimmer voor 1-10 V werkt daardoor niet op een driver die alleen 0-10 V verwacht.

DALI: busvoeding, adressering en 230 V op de verkeerde klem

DALI is een digitale tweedraadsbus met een nominale busspanning van 16 V gelijkspanning. De drivers zijn ongevoelig voor polariteit, dus verwisselde DA-aders zijn hier geen probleem. Wat wél vaak misgaat: de busvoeding ontbreekt. Een DALI-lijn heeft een eigen busvoeding nodig; de totale busstroom op één lijn mag niet boven 250 mA uitkomen. Ontbreekt de busvoeding, dan meet u 0 V tussen DA+ en DA- en branden alle armaturen op hun failure level.

Reageert de hele lijn wel op een broadcastcommando (alles aan, alles uit), maar niet per groep of per armatuur? Dan zijn de drivers niet geadresseerd. Nieuwe drivers hebben af fabriek geen kortadres, een vervangen driver evenmin. Laat de controller opnieuw adresseren en wijs de groepen toe. Een lijn bevat maximaal 64 kortadressen en 16 groepen; zit u aan dat maximum, dan krijgt een nieuwe armatuur geen eigen adres meer en reageert hij alleen nog op broadcast.

De derde klassieker is 230 V op de DA-klemmen. De DALI-bus mag in dezelfde kabel als de netspanning liggen, bijvoorbeeld een vijfaderige installatiekabel, omdat de bus geen SELV-kring is. Juist daardoor is een verwisseling in de lasdoos snel gemaakt en 230 V op de DALI-ingang vernielt de driver. Houd verder de maximale lijnlengte aan: 300 meter bij 1,5 mm², met hooguit 2 V spanningsval.

De verkeerde dimmer bij LED-schakelmateriaal

In woningen, hotels en kantoren wordt gedimd op de 230 V-lijn zelf. Een klassieke draaidimmer voor gloeilampen werkt met fase-aansnijding (triac) en heeft een minimale belasting van vaak 40 tot 60 W. LED-drivers willen juist fase-afsnijding en trekken samen vaak maar 20 tot 30 W. Het gevolg: de dimmer start niet, bromt, of de armatuur flikkert in de laagste stand en springt bij het omhoog draaien ineens aan.

Vervang dan de dimmer, niet de armaturen. De LED-draaidimmer uit de serie Liregus Modern beheerst fase-aansnijding én fase-afsnijding van 3 tot 100 W en is daarmee geschikt voor kleine LED-belastingen. Controleer in het datablad of de dimmer een instelbaar minimum heeft tegen flikkeren in de laagste stand. De draaidimmer uit de serie Liregus Alfa van 40 tot 400 W is bedoeld voor grotere belastingen; controleer bij LED dat de totale belasting boven de 40 W blijft. En dim nooit een niet-dimbare driver op een fasedimmer: dat kost op termijn de driver.

Stappenplan: in zes stappen naar de oorzaak

  • Stap 1, dimprincipe vaststellen. Zoek in het datablad van armatuur én dimmer op: 1-10 V, 0-10 V, DALI, DALI-2 of fase. Verschillen ze, dan is de zoektocht klaar.
  • Stap 2, stuurlijn volgen. Is de dimkabel bij elke armatuur daadwerkelijk aangesloten?
  • Stap 3, meten. 1-10 V: gelijkspanning tussen plus en min, 1 tot 10 V afhankelijk van de stand. DALI: circa 16 V in rust tussen DA+ en DA-, nooit 230 V.
  • Stap 4, één armatuur isoleren. Sluit één armatuur met een korte stuurkabel direct op de dimmer aan. Werkt dat, dan zit de fout in de bedrading of het aantal drivers.
  • Stap 5, DALI adresseren. Laat de controller opnieuw adresseren en controleer de groepsindeling, ook na het vervangen van een driver.
  • Stap 6, fasedimmer controleren. Minimale belasting, aan- of afsnijding en de instelschroef voor het minimum.

Zo voorkomt u het bij een nieuw project

Kies per ruimte één dimprincipe en leg dat vast op de installatietekening. Voor hallen is dat meestal DALI-2 of 1-10 V. In de ATRIA-serie vindt u de vlakke high bay van 120 W met 0-10 V dimbare Meanwell-driver en UGR<21, de UFO high bays met 1-10 V dimming vanaf 71 euro excl. btw en de lineaire low bay met DALI. Trek de stuurkabel direct mee en label plus en min bij elke lasdoos.

Voor schakelmateriaal geldt: kies de dimmer bij de driver, niet andersom. Lichtplein levert uitsluitend aan bedrijven, met tot 5 jaar garantie op armaturen. Stuur bij twijfel uw armatuurlijst mee met de offerteaanvraag.

Veelgestelde vragen

Mag de DALI-bus in dezelfde kabel liggen als de 230 V?

Ja. De DALI-bus is geen SELV-kring en mag met netspanning in één kabel met basisisolatie, bijvoorbeeld een vijfaderige installatiekabel. Houd de bus wel gescheiden van echte SELV-kringen zoals sensorbekabeling op 12 of 24 V.

Hoeveel armaturen kan ik op één 1-10 V dimmer aansluiten?

Dat hangt af van de stuurstroom per driver en de capaciteit van de dimmer. Tel de stroom van alle drivers op en vergelijk die met het datablad van de dimmer; komt u erboven, dan haalt de dimmer de laagste stand niet meer.

Mijn 1-10 V armatuur dimt wel, maar gaat niet helemaal uit. Is dat een fout?

Nee. Bij 1 V staat de driver op zijn minimum, vaak rond 10 procent. Helemaal uit vraagt een schakelcontact in de 230 V-lijn of een driver met dim-to-off-functie. DALI schakelt wel via de bus uit.

Kan ik DALI- en DALI-2-drivers op één lijn combineren?

Voor de basisfuncties meestal wel, DALI-2 is daarin achterwaarts compatibel. Uitgebreide functies zoals energiemeting via D4i werken alleen op drivers die dat ondersteunen. Laat na het mengen altijd opnieuw adresseren.

Wilt u een dimbare installatie die in één keer goed werkt? Bekijk de dimbare high bays in de ATRIA-serie en de LED-dimmers van Liregus Modern, of stuur uw armatuurlijst mee met een offerteaanvraag: wij controleren de combinatie van driver en dimmer vooraf.