Armaturen binnen 5 werkdagen, masten 3 tot 5 weken · Gratis verzending vanaf € 200 excl. btwUitsluitend zakelijke verkoop, prijzen excl. btw · CE-gecertificeerd, tot 10 jaar garantie
LICHTPLEIN
Kennis · 4 oktober 2026 · 4 min leestijd

Lumen, lux en watt: het verschil en hoe u ermee rekent

Watt zegt wat een armatuur verbruikt, lumen wat hij geeft en lux wat er op het werkvlak aankomt. Zo rekent u van de ene eenheid naar de andere en kiest u het juiste vermogen per toepassing.

Drie eenheden, drie vragen

Op elk datablad staan ze naast elkaar, maar ze beantwoorden drie verschillende vragen. Watt (W) zegt wat het armatuur uit het net trekt: het opgenomen vermogen, inclusief driver. Lumen (lm) zegt hoeveel licht het armatuur in totaal uitstraalt: de lichtstroom. Lux (lx) zegt hoeveel van dat licht op een bepaald vlak aankomt: de verlichtingssterkte, gedefinieerd als lumen per vierkante meter.

Voor u als installateur telt lux: de opdrachtgever wil 200 lux op de magazijnvloer of 500 lux op het bureau, geen aantal watt aan het plafond. Watt is interessant voor de energierekening en de groepsindeling, lumen is de tussenstap van armatuur naar verlichtingssterkte.

Lumen per watt: het rendement

Deel de lichtstroom door het vermogen en u heeft het rendement in lumen per watt (lm/W). Een high bay van 100 W met 15.000 lm haalt 150 lm/W, de 100 W-variant met 18.000 lm uit de ATRIA-serie komt op 180 lm/W. Dat is 20 procent meer licht bij hetzelfde verbruik, of hetzelfde licht met 20 procent minder armaturen.

Ter vergelijking: halogeen haalt hooguit 20 tot 25 lm/W, TL en metaalhalogenide zitten rond de 80 tot 100 lm/W. Bovendien raakt een conventioneel armatuur een deel van het lamplicht kwijt in reflector en voorschakelapparaat, terwijl een LED-module gericht straalt. Vandaar de vuistregel dat een 400 W metaalhalogenide high bay wordt vervangen door een LED high bay van 150 tot 200 W.

Vergelijk altijd armatuurlumen (licht dat het armatuur verlaat) met armatuurlumen en niet met lamplumen van de LED-chip, en controleer of het opgegeven vermogen inclusief driver is.

Van lumen naar lux: oppervlak en hoogte

De basisformule: lux = geïnstalleerde lumen × bruikbaarheidsfactor × behoudfactor ÷ oppervlak in m². De bruikbaarheidsfactor is het deel van het licht dat daadwerkelijk op het werkvlak komt en hangt af van montagehoogte, bundelhoek en reflectie van wanden en plafond; voor LED high bays in een hal meestal 0,6 tot 0,8. De behoudfactor (vaak 0,8) corrigeert voor vervuiling en veroudering, zodat de installatie na jaren nog aan de norm voldoet.

Rekenvoorbeeld: een magazijn van 40 bij 25 meter (1.000 m²) moet 200 lux op de vloer halen. Benodigd op de vloer: 200 × 1.000 = 200.000 lm. Gedeeld door 0,7 (bruikbaarheid) en 0,8 (behoud) is dat 357.000 lm geïnstalleerd. Met een UFO high bay van 18.000 lm zijn dat 20 armaturen, bij 100 W per stuk dus 2 kW aangesloten vermogen. Dezelfde 20 stuks van 15.000 lm komen uit op ongeveer 170 lux: net te weinig.

De montagehoogte werkt via de kwadratenwet: twee keer zo hoog hangen betekent vier keer minder lux recht onder het armatuur. Kies bij een hogere hal daarom niet alleen meer lumen, maar ook een smallere bundel: een UFO met 120° tot ongeveer 7 meter, daarboven 90°, en boven smalle stellinggangen een lineaire high bay met een bundel van 30 bij 90°, zodat het licht in het gangpad valt en niet op de bovenste pallet.

Vuistregels per toepassing

De Europese norm voor werkplekverlichting geeft per taak een minimale gemiddelde verlichtingssterkte op het werkvlak. De waarden die u het vaakst nodig heeft:

  • Magazijn en opslag: 150 lux in gangpaden met heftruckverkeer, 300 lux bij orderpick- en inpakzones
  • Productiehal: 300 lux voor grof werk, 500 lux voor montage en controle, 750 lux of meer voor fijn werk
  • Kantoor: 500 lux op het bureau, met UGR<21 tegen verblinding op beeldschermen
  • Sporthal: 300 lux voor training en recreatie, 500 lux voor wedstrijden
  • Parkeergarage: 75 lux op rijbanen en parkeervakken, meer bij de in- en uitrit
  • Parkeerterrein buiten: 5 tot 20 lux, afhankelijk van de verkeersintensiteit
  • Woonstraat en fietspad: 3 tot 7,5 lux gemiddeld, afhankelijk van de verlichtingsklasse
  • Tennis- en padelbaan: 300 lux op clubniveau, 500 lux voor wedstrijden

Een straatarmatuur van 25 W met 1.500 lm uit de VIA-serie op een TURRIS-mast van 4 meter is bedoeld voor zo'n woonstraat of fietspad; de VIA-armaturen zijn gemaakt voor een mastkop van 60 mm en passen op deze stalen masten. Voor een parkeerterrein gaat u naar 50 tot 100 W op 6 meter; de mastafstand volgt uit de lichtberekening.

Veelgemaakte fouten

  • Vermogen vergelijken in plaats van lichtstroom: 100 W zegt niets zolang u de lumen niet kent
  • Lux meten op de verkeerde hoogte: in een kantoor ligt het werkvlak op bureauhoogte, ongeveer 0,75 tot 0,85 m boven de vloer, in een magazijn is het de vloer zelf
  • De behoudfactor vergeten: een installatie die nieuw precies 200 lux haalt, zit na een paar jaar onder de norm
  • Alleen op de gemiddelde lux sturen: de norm stelt ook eisen aan gelijkmatigheid, meestal 0,4 tot 0,6 tussen laagste en gemiddelde waarde
  • Verblinding negeren: in kantoren en sporthallen is UGR net zo bepalend als het luxniveau

Kleurtemperatuur (2700 K tot 5000 K) verandert niets aan de lux, wel aan de beleving: 4000 K voor hallen en kantoren, 2700 tot 3000 K voor woonstraten en parken. De IP-klasse telt niet in de luxberekening, wel in de behoudfactor: een gesloten armatuur in IP65 of IP66 blijft van binnen schoon.

Zelf rekenen of laten rekenen

Voor een rechthoekige hal met één armatuurtype komt u met deze formule ruim binnen de marge. Zodra stellingen, verschillende hoogtes, daglicht of buitenruimte met masten meespelen, loont een lichtberekening: die rekent per punt, controleert gelijkmatigheid en verblinding en levert een rapport voor de opdrachtgever. Lichtplein maakt zo'n berekening voor 350 euro excl. btw op basis van uw plattegrond en de gewenste luxniveaus, uitsluitend voor bedrijven.

Veelgestelde vragen

Hoeveel lumen per vierkante meter heb ik nodig?

Deel de gewenste lux door ongeveer 0,55 (bruikbaarheid maal behoudfactor). Voor 200 lux in een hal is dat zo'n 360 lm per m² geïnstalleerd, voor 500 lux in een kantoor ongeveer 900 lm per m².

Is meer watt altijd meer licht?

Nee. Een armatuur van 100 W met 180 lm/W geeft meer licht dan een armatuur van 120 W met 140 lm/W. Vergelijk altijd lumen en lm/W, en gebruik watt alleen voor de energieberekening.

Wat is het verschil tussen lumen en candela?

Lumen is de totale lichtstroom, candela de lichtsterkte in één richting. Candela wordt relevant bij smalle optieken, zoals stadionschijnwerpers met een bundel van 30° op een hoge mast, waar dezelfde lumen in een kleine hoek worden geconcentreerd.

Hoe hoog kan ik een high bay van 100 W hangen?

Als vuistregel: 100 W tot ongeveer 7 meter, 150 W tot 10 meter en 200 tot 240 W daarboven, met een smallere bundel naarmate de hal hoger is. Boven 10 meter is een lichtberekening aan te raden.

Waarom haalt mijn installatie minder lux dan berekend?

Meestal door een te optimistische bruikbaarheidsfactor, donkere wanden of stellingen die licht wegnemen, of omdat met lamplumen in plaats van armatuurlumen is gerekend. Meet altijd op het werkvlak en vergelijk met de berekende waarde na behoudfactor.

Wilt u zeker weten dat uw ontwerp de norm haalt? Vraag een lichtberekening aan of bekijk de high bays van ATRIA en de straatarmaturen van VIA in het assortiment.